Hanne, mama van Maithe vertelt.
Ik zat deze week in de wachtzaal bij de huisarts. Mijn blik bleef hangen op een poster over pleegzorg. Altijd diezelfde poster. Jaren geleden, toen ik nog geen kinderen had, voelde ik diep vanbinnen dat ik ooit iets wilde betekenen. Ik zei altijd tegen Sander: "Ik heb zoveel liefde te geven, laten we dat delen met een kindje dat het nodig heeft."
Pleegzorg betekende voor mij een kind in huis nemen, het onvoorwaardelijke liefde geven, het opvoeden. Maar wat ik nooit had verwacht, was dat wij zelf pleegzorg nodig zouden hebben. Niet voor een ander kindje, maar voor ons eigen dochtertje.
Onze onzichtbare strijd
We kwamen onverwacht in ondersteunende pleegzorg terecht. Onze zoon Rens had het steeds moeilijker thuis. Hij heeft een zusje met een beperking, en dat weegt zwaar. Langzaam, bijna onmerkbaar, schoof hij zichzelf naar de achtergrond. Hij werd stiller. Zijn ogen stonden vaak vol angst—angst voor de agressie, voor de onvoorspelbaarheid, voor het roepen en tieren.
Zorgen voor een kind met een beperking is intens. Het vraagt zoveel aandacht, zoveel energie, dat er soms te weinig overblijft voor het andere kind. En hoe hard we ons best ook doen, elke dag blijft het een gevecht om de balans te vinden.
Tot de dag kwam dat Rens met tranen in zijn ogen zei: "Mama, ik kan dit niet meer."
Dat brak me. Mijn kind smeekte om ademruimte, om tijd met ons. Maar hoe? Hoe kon ik hem geven wat hij nodig had, zonder dat Maithe daaronder leed?
Het mooiste gebaar
De psycholoog stelde voor om een ondersteunend pleeggezin te zoeken voor Maithe, zodat Rens even rust kon vinden. Maar het idee om mijn dochtertje bij een onbekend gezin achter te laten, verscheurde me.
En toen gebeurde er iets wat ik nooit had durven dromen. Mijn ouders, haar moeke en pake, stapten naar voren. "Wij willen haar pleeggezin zijn."
En hoe vreemd het ook klinkt, ik had dat officiële pleegzorglabel nodig—niet voor hen, maar voor mezelf. Zodat ik me niet schuldig hoefde te voelen, omdat ik hen alweer om hulp vroeg.
Mijn hart brak en smolt tegelijk. De mensen die haar al zoveel liefde gaven, boden aan om onze last een stukje te dragen. En zo werd het officieel: mijn ouders werden niet alleen grootouders, maar opnieuw ouders. Ouders van Maithe.
Een moederhart vol liefde en gemis
En zo leven we nu al twee maanden in een nieuw ritme. Drie nachten per week verblijft Maithe bij mijn ouders. Ze heeft haar eigen kamertje, haar veilige plek. Daar vindt ze rust, daar wordt ze omarmd door liefde. En wij? Wij voelen ook rust. Rens bloeit langzaam weer open. Hij krijgt de onverdeelde aandacht die hij zo hard nodig had.
Maar elke avond, als ik langs dat lege bedje loop, knijpt mijn moederhart samen. De stilte is soms ondraaglijk. Het gemis snijdt diep. Want geen enkele moeder laat haar kind graag los.
Toch weet ik: dit is het beste voor allebei mijn kinderen.
En als ik ga slapen, nadat ik nog één keer in haar kamertje heb gekeken, fluister ik zacht tegen mezelf: Morgen is ze weer thuis...

Reactie plaatsen
Reacties